32% van de mensen die thuis willen sterven, overlijden elders.

Berdine Koekoek (Universiteit Utrecht) onderzocht in opdracht van VPTZ Nederland welke samenhangen of verschuivingen zichtbaar zijn in de keuze van plaatsen van overlijden van 2004 tot 2013 in Nederland. Uit het onderzoek blijkt dat wens en realiteit van plaats van overlijden de afgelopen tien jaar dichter bij elkaar zijn komen te liggen. Tussen provincies zijn wel grote verschillen te zien. In Flevoland ligt bijvoorbeeld de gewenste en daadwerkelijke thuissterfte 23% uit elkaar, terwijl dit in Friesland 43% is. In Friesland liggen wens en realiteit t.a.v. hospicesterfte met 8% verschil juist dicht bij elkaar. In Limburg is dit verschil het grootst met 32% tussen wens en realiteit.

Toch blijkt uit interviews met twintig nabestaanden dat de discrepantie kleiner is dan de cijfers doen vermoeden. Achteraf blijkt dat‘thuis voelen’ belangrijker is dan ‘thuis zijn’. Dat betekent dat op welke plek mensen ook sterven, er gestreefd moet worden naar dat thuis voelen, dat bestaat uit veiligheid, vertrouwdheid en aanwezigheid van naasten. Vooral het hebben van de regie in de laatste levensfase wordt als belangrijk ervaren. Regie blijkt relationeel te worden vormgegeven door de patiënt, de naaste(n) en de hulpverlener(s).

VPTZ Nederland ziet in de resultaten van het onderzoek een nieuwe basis om de organisatie van de formele en informele palliatieve zorg in Nederland richting te geven. De vereniging wil samen met andere partijen kijken naar de invulling van het thuis voelen, het voeren van evenwichtige regie en ruimte voor zingeving.

 

Download hier het rapport van Berdine Koekoek.